![]() |
![]() |
||
|
Om hinderlijk flikkeren op het televisiescherm te vermijden wordt het videosignaal, dat opgebouwd is uit 25 beelden per seconde, niet enkel in 25 beelden opgedeeld maar wordt elk beeld op zich nog eens opgedeeld in 2 rasters. In het eerste raster worden de oneven horizontale lijnen afgetast terwijl in het tweede raster de even lijnen afgetast worden. Dit noemt men interliniëring. Het computerscherm daarentegen gebruikt de progressieve scan methode en deelt de beelden niet meer op in rasters. Bij weergave van video op de computer kan dit resulteren in een “kam” effect waarbij op plaatsen met veel beweging horizontale lijntjes het beeld vervormen. We kunnen proberen dit op te lossen door het videobeeld te filteren vooraleer we het comprimeren. Via de deďnterlace filter zal een van de twee rasters van elk beeld vervangen worden door informatie van het andere raster zodat de twee rasters van één beeld identiek zijn. - Meestal worden tijdens de filtering ook de zwarte randen die bij sommige video-opname systemen aanwezig zijn weggesneden. - Ook worden het contrast en helderheid aangepast aan de weergave karakteristiek van het computerscherm. - Als het oorspronkelijke materiaal veel ruis bevat (bv VHS opname) dan kan tijdens de filtering best een lichte ruisonderdrukking ingesteld worden om de compressie te verbeteren. |
||||||||||||||
| © 2012 AVNet K.U.Leuven |