|
|
|
|
|
Beeldfrequentie/Framerate
In tegenstelling tot wat meestal aangenomen wordt kunnen we voor snel bewegende beelden best een hoge beeldfrequentie behouden (25 of 12,5 beelden per seconde). Elke opeenvolgende frame (beeld) bevat immers veel verschillende informatie omdat het beeld in beweging is. Wanneer je bijvoorbeeld een te lage frame rate (beeldfrequentie) kiest, kan het beeld schokkerig overkomen.
Bij eerder statisch beeldmateriaal, zoals een close-up van een spreker, kan gekozen worden voor een lagere beeldfrequentie (5 beelden per seconde). Het verschil tussen op elkaar volgende beelden is hier immers minimaal. Zorg er in ieder geval voor dat de gecomprimeerde beelden gemakkelijk afgeleid kunnen worden van de oorspronkelijke beeldfrequentie. Een Europees video signaal wordt opgebouwd uit 25 beelden per seconde. We behouden steeds één op één, één op twee, één op drie,… beelden. Goede afgeleide waarden zijn dan 12,5 6,25 5 3,125 2,5 of 1 per seconde. Als voor de instelling 12 of 15 of een andere waarde gekozen wordt dan zal het resultaat veel slechter zijn.
|
|