Overzicht materiaal


<< Vorige | Volgende >>

 Camera

Bij de keuze van de camera heb je de keuze tussen digitaal of analoog:


Camera-type Analoog: VHS, Hi8, 8mm Digitaal: MiniDV, DVCam en DVCpro, Digital 8. De opname zelf gebeurt nog steeds op magneetband.
Voordelen -Tapes zijn goedkoper en langer van duur - Uitstekende beeld/geluidskwaliteit
- Inladen in computer gebeurt digitaal: geen (zichtbaar) kwaliteitsverlies
- Kleine tapes
Nadelen - VHS camera's zijn nauwelijks nog te vinden
- Kwaliteit van het beeld is gevoelig slechter (ruis)
- Inladen in de computer gebeurd analoog: hiervoor heb je een speciale analoog-to-DV omzetter nodig (dit is apparatuur dat toelaat dit te doen of speciale DV-toestellen): verlies van beeld en klank kwaliteit (nog meer ruis + zwarte randen)
- Grote tapes
- Tapes zijn iets duurder
- Lengtes van tapes zijn korter (30 en 60 minuten)

Mini-DV tapes Mini-DV   DV-cam  

Een camera regelt meestal alles automatisch: diafragma, witbalans, scherpstelling, ...
Wij raden gebruikers echter aan om deze drie manueel te regelen. De camera zal bijvoorbeeld steeds automatisch scherpstellen op het middelpunt van het beeld terwijl het onderwerp zich daar vaak niet bevindt. Bij een nieuwe aankoop raden we je dan ook ten zeerste af een toestel aan te schaffen waarop je deze functies niet manueel kan instellen. De standaard die wij binnen AVNet www.avnet.kuleuven.be gebruiken is MiniDV. Deze standaard is qua kwaliteit/prijsverhouding het beste wat de consument momenteel kan vinden.

 Statief

De meeste camera's zijn gemakkelijk in de hand te houden (en te bedienen), maar hierdoor echter zal het beeld (storende) trillingen vertonen. Dit is zeker het geval als je met je camera inzoomt. Wil je dit vermijden dan heb je een statief nodig. Het opstellen vraagt misschien wat meer werk, maar het loont zeker de moeite. Het is zelfs essentieel met het oog op compressie.

Camerastatief  

De 3 benen van het statief zijn individueel uitklapbaar, om een juiste horizontale en stevige ondersteuning te bieden voor de kop, waar de camera op wordt gemonteerd. Met deze kop kan je pannen en tilten. Het is bij deze bewegingen uiterst belangrijk dat je de kop steeds los zet met de daarvoor voorziene draaiknoppen. Doe je dit niet dan is je statief geen lang leven beschoren. Bij niet-gebruik zet je deze 'fricties' altijd los.

In sommige situaties is het echter onmogelijk een statief te gebruiken. Het beste dat je kan doen in die situatie is tegen een 3e weerstand leunen (muur, kast, boom,...) om je stabiliteit te verbeteren. Als ook dit onmogelijk is (vb. Je volgt een personage doorheen verschillende kamers), dan ben je op je eigen benen aangewezen. Oefening baart kunst: Zoom zoveel mogelijk uit om de schokken te beperken. Indien je kader dan veel te ruim wordt, ga dan met de camera dichter bij je onderwerp. Als je camera een ingebouwde 'motion stabilizer' heeft, MOET je deze steeds gebruiken.
Nogmaals: Gebruik zo veel mogelijk een statief. Uit de hand heb je immers maar 2 benen, terwijl met een statief heb je er in totaal 5.

Ingebouwde microfoon  
Formaat: Quicktime (Download plugin)
Beeldgrootte: 320 * 240 px
Handmicrofoon
Formaat: Quicktime (Download plugin)
Beeldgrootte: 320 * 240 px



 Microfoon

Zoals in het vorige deel besproken werd, is het belangrijk dat je een losse microfoon gebruikt om een goede geluidsopname te bekomen.
Je kan 2 soorten microfoons onderscheiden op basis van hun elementaire constructie: de dynamische en de condensator microfoon.
Een dynamisch microfoon heeft als voordeel dat deze robuust is, geen extra voeding nodig heeft; nadeel is dat deze wel niet zo licht is (±350gr).
De condensator microfoon heeft als voordeel dat deze licht is (± alles samen 150gr); nadeel is dat deze een extra voeding nodig heeft (batterij) en nogal fragiel is.
De aparte microfoon die je bij AVNet automatisch ontleent bij een camera, is een dynamische microfoon.
Voorts kunnen we microfoons indelen op basis van hun 'oppikpatroon'. Zo zullen omnidirectionele microfoons geluid opvangen uit alle richtingen, bidirectionele microfoons uit 2 richtingen en unidirectionele microfoons uit 1 richting.
De microfoon ingebouwd in de camera is een cardioid microfoon. Deze microfoon combineert het oppikpatroon van een omnidirectionele en een unidirectionele microfoon waardoor we een hartvormig oppikpatroon bekomen.
Er zijn verschillende manieren om een microfoon te 'hanteren': vasthouden (let op bewegingen van je hand die je oppikt) of op een statief zetten: zowel tafel of grondstatief, vastpinnen aan das of vest (dasspeldmicrofoon of lavalier)
Afhankelijk van de omgeving/omstandigheden waarin je de opnames moet maken, maak je een keuze tussen bovenstaande mogelijkheden. Indien de spreker bijvoorbeeld vrij moet kunnen rondlopen, kan je gebruik maken van een draadloze dasspeldmicrofoon (met zendertje).

Indien je een 'externe' microfoon gebruikt, moet je het volgende in acht nemen:
- De afstand tussen microfoon en spreker moet tussen 15 à 25 cm zijn.
- De microfoon moet in een directe lijn naar de mond geplaatst worden.
- Probeer ook met een koptelefoon mee te luisteren naar wat de microfoon opneemt.



Soorten microfonen Microfoonstatief Tafelstatief