![]() |
![]() |
||
|
Nu dat we alles goed in beeld hebben gebracht is er nog een belangrijke externe factor die de kwaliteit van het gefilmde materiaal heel erg kan beïnvloeden, namelijk de belichting. Soorten licht Globaal onderscheiden we daglicht, kunstlicht en Tl-licht. Voor onze normale perceptie is er weinig verschil aangezien onze hersenen zich onmiddellijk aanpassen aan deze verschillende lichtbronnen. Toch moeten we ons zeer goed realiseren dat deze bronnen op video een groot verschil in kleur geven. Zo is daglicht blauw, Tl-licht groen en kunstlicht rood van tint. We zeggen dat ze elk een eigen kleurtemperatuur hebben.
Witbalans instellen Het is nu de bedoeling dat we de camera op deze verschillende kleuren instellen. We moeten de camera ijken op het op de locatie aanwezige licht. In professionele termen zeggen we: we maken een witbalans, zodat alle witte elementen in het beeld ook werkelijk wit worden opgenomen zonder vervelende kleurzweem. Meestal zijn camera's uitgerust met een automatische witbalans. Echter, het nadeel hiervan is dat tijdens de opname, bijvoorbeeld tijdens een beweging, de kleuren automatisch zullen veranderen, wat een zeer storend resultaat levert. Daarom is het aan te raden om de kleurinstelling handmatig uit te voeren voor de opname. Je kan dit doen door één van de preselecties in het menu te selecteren, aangeduid met duidelijke icoontjes die de verschillende lichtbronnen representeren (Auto/Daglicht/Bewolkt/TL licht/Gloeilamp) Je kan de witbalans ook zelf handmatig instellen door een wit vel papier onder het aanwezige licht te houden en het met de betreffende toets in te stellen (zie handleiding camera). Telkens je op een nieuwe locatie komt, waar een ander soort licht aanwezig is, MOET de witbalans opnieuw ingesteld worden.
Kunstmatige belichting Bij studio-opnames is men vanzelfsprekend aangewezen op kunstmatige belichting, maar ook bij opnames op locatie komt het vaak voor dat extra belichting noodzakelijk is. Door het relatief lage contrastbereik van de camera is het al snel nodig om schaduwpartijen met kunstlicht bij te lichten. Wanneer we een persoon interviewen in ongunstige lichtomstandigheden, bijvoorbeeld in te donkere ruimte, te weinig licht op het gezicht) kunnen we hem wat 'oplichten' door extra kunstlicht bij te plaatsen. Doe dit echter steeds zo subtiel mogelijk, aangezien te nadrukkelijk licht de aandacht zal afleiden van de persoon of het betreffende onderwerp. Een goede belichting nastreven is een moeilijke, maar wel cruciale taak die de goede afloop van het eindproduct zal bepalen. Een gelijkmatige 'platte' belichting zal het beeld saai en doods maken, terwijl een goede lichtopstelling een onderwerp juist zal modelleren waardoor de vorm van bijvoorbeeld een gezicht juist zal geaccentueerd worden. Belichtingsopstelling Het opzetten van een goede belichting is een must. Indien een tafereel eenvoudigweg door middel van één enkele lamp frontaal zou belicht worden dan zal het beeld daarvan maar weinig tekening vertonen en een afgeplatte indruk maken. Men kan dit vergelijken met het flitslicht op een fototoestel. Daarom zal het bij een doorsnee videoproductie volstaan om een beperkte doch degelijke belichtingopstelling toe te passen, een zogenaamde driepuntsbelichting. Bij deze betrekkelijk simpele opstelling wordt gebruik gemaakt van drie lichtbronnen: Key Light, Fill Light, Back Light. Het key light is de meest intense lichtbron die als hoofdlicht kan beschouwd worden. Het wordt lichtjes schuin voor het onderwerp (in een hoek van 30-45° t.o.v. de camera) en op een geringe hoogte (eveneens een hoek van 30-45°). Naarmate de horizontale (en verticale) hoek van het key light kleiner wordt (en dus meer frontaal t.o.v. het onderwerp zal komen) zal het modellerend effect van het licht afnemen (en visa versa) De functie van het fill light is om de schaduwen die geworpen worden door het harde licht van het key light, bijvoorbeeld op een menselijk gezicht, te elimineren. De schaduwen zullen getemperd worden door het zachtere fill light aan de tegenovergestelde zijde van de camera te positioneren. Van belang is dat de intensiteit van het fill light in verhouding tot het key light staat en dat in principe niet in sterkte mag overtreffen, omdat anders het modellerend effect tenietgedaan wordt. Je mag dit licht niet 'zien', het dient enkel om de grote contrasten op het onderwerp te verminderen. Indien er sprake is van een groot contrast in intensiteit tussen key light en fill light spreken we van low key, bij een gering contrast spreken we van high key. De functie van het back light is om het onderwerp van de achterzijde te belichten om het zoodoende te doen loskomen van de achtergrond. De meest ideale plaats voor het back light is achter het onderwerp en wel zo dat geen licht van het back light voor of bovenop het onderwerp valt. Voor een back light wordt doorgaans hard licht gebruikt met een intensiteit die ongeveer de helft is van het key light.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
| © 2012 AVNet K.U.Leuven |