Beeld


<< Vorige | Volgende >>

Beeldgroottes Camerahoeken Camerabewegingen Het beeldkader De camera-as


Bij een video-opname zijn er verschillende elementen waar je rekening mee moet houden. Zowel de belichting, het geluid en de manier waarop je objecten en personen in beeld brengt hebben een grote invloed op het eindresultaat Hoe moet je personen of bewegingen in beeld brengen; welke taal spreken de beelden en wat wil ik aan de kijker communiceren?
We zullen het hebben over de verschillende beeldgroottes en welke betekenis ze kunnen hebben. Daarna vertellen we wat meer over de verschillende camerahoeken en de verschillende camerabewegingen. Hoe je deze bewegingen best in beeld brengt lees je het beeldkader en de camera-as, twee zeer belangrijke principes in het opname proces.


Definiëren
Voor je effectief begint te filmen ga je definiëren wat je wilt. Stel jezelf volgende vragen.
- Wat wil ik met de video bereiken?
- Voor wie is de video bedoeld?
- Wat is haalbaar?
- Wat moet er zeker in?

Scenario
Op basis van je definitie kan je een scenario maken. Een scenario is je verhaal opgedeeld in scènes. Een scène is een eenheid van plaats, tijd en handeling. Een scenario geeft het onderwerp al min of meer in programmavolgorde weer, aangevuld met concrete locaties, personen en de inhoudelijke aanpak. Een scenario heeft een specifieke lay-out, met als hoofdding telkens het scène nr. / int. of ext. / locatie / dag of nacht.
Voorbeeld:

Scène nr. / INT- EXT / locatie / dag – nacht

Scène 1 / EXT. / grasplein / dag

Meisje wandelt het grasplein over richting een bankje. Daar zet ze zich neer en haalt een boek boven. Ze slaat haar boek open en leest.

Scène 2 / INT. / lokaal / dag

Jongen zit in een warm klaslokaal. Hij kijkt naar buiten en begint te dagdromen.


Een non-fictie scenario heeft vaak welbepaalde bouwstenen, die vaak dezelfde structuur heeft als een film. Werk naar iets toe en houd je definitie in het achterhoofd als je je verhaal vertelt.
Bij reportages en documentaires hangt de invulling veelal af van de praktische omstandigheden en gebeurtenissen op de locatie.
Toch gaat ook hier de verslaggever zoveel mogelijk aan de hand van zijn beknopt scenario te werk.

Draaiboek
Het draaiboek is de vertaling van je scenario naar beeldtaal. Er staan specifieke inhoudelijke en productionele details in vermeld voor de opname.
Bij korte items 1-3 minuten komt het scenario vaak overeen met het draaiboek. Toch zijn deze twee totaal verschillend.
Het draaiboek bevat een hoeveelheid gedetailleerde informatie die vaak in een aantal kolommen wordt gegeven. Links staan de indicaties voor de beeldbronnen, zoals camera’s en externe bronnen. De kolom daarnaast geeft informatie over de beeldinhoud, bewegingen, kadrages, soorten shots, belichting, perspectief, enz.
Op de rechter helft van de pagina staat de tekstkolom. Helemaal rechts staan de gegevens over het geluid, bijvoorbeeld of het geluid van een microfoon, een tape of een videoweergave afkomstig is.
Bij reportages van 3 tot 15 minuten en korte of lange documentaires is het maken van een uitvoerig scenario op basis van research en een gedetailleerd draaiboek dus gewoon noodzakelijk. Zonder een draaiboek is de kans groot, dat men niet met de juiste opnamen thuis komt, of de beoogde doelstellingen tijdens de opnamen niet haalt.