![]() |
![]() |
||
|
Het produceren van animaties is een intensieve en tijdrovende bezigheid. Daarom is het belangrijk dat de ontwikkelaars zich eerst afvragen of het inzetten van animaties tot beter leren leidt. Wanneer je een animatie wil inzetten in je leerstof, moet je je de volgende twee vragen stellen: 1. Is een beweging volgens een bepaald traject een belangrijke eigenschap van mijn leerobject? Indien het antwoord op deze vraag ja is, dan moet je naar het beoogde doel van de animatie kijken en jezelf de volgende vraag stellen: 2. Zal een animatie het begrijpen van de leerstof bevorderen? Voor het beantwoorden van deze vraag kunnen wij u alvast enkele tips geven: Het inzetten van animatie is af te raden als: 1. Decoratieve functie De aandacht en perceptie van de mens is selectief. Niemand kan alles onthouden en verwerken wat gezien of gehoord wordt. Interessant maar irrelevant materiaal kan de aandacht afwenden van het bronmateriaal en kan contraproductief werken. Bij een overkill aan piepjes, trucjes en bewegende beelden bestaat het gevaar dat de student het leertraject uit het oog verliest. 2. Aandachttrekker Terwijl video nog gebruikt kan worden om de aandacht te trekken om een bepaald onderwerp in de kijker te zetten of de leerlingen te motiveren, zijn de mogelijkheden van animatie veel beperkter. Zo is animatie bijvoorbeeld niet bruikbaar voor het louter trekken van de aandacht van de student. Animaties kunnen best gebruikt worden voor leermaterialen die verder willen gaan dan louter herkenning en herinnering. Het zijn vooral concepten en procedures die het best omgezet kunnen worden in bewegingen volgens een vaststaand traject. 1. Visualisatie van moeilijk te beschrijven procedures, moeilijk zichtbare of onzichtbare bewegingen of complexe causale systemen die relevant zijn voor het leerproces. De animatie kan zowel gebruikt worden als een op zich staand leerobject, of als een supplement bij de bijhorende tekst. 2. Verklarende functie: De verklarende functie is gerelateerd aan de presenterende functie met het verschil dat de verklarende functie geen nieuwe informatie verschaft maar louter ingezet wordt om de bijhorende leerstof beter te begrijpen. Animaties kunnen zo bijvoorbeeld abstracte relaties verduidelijken. Een goed voorbeeld is een geanimeerde grafiek voor het beter begrijpen van economische variabelen. De beweging is dus inherent voor het begrijpen van de leerstof maar niet voor de leerstof op zich. Wanneer je beslist hebt een animatie in te zetten in het onderwijs kunnen we volgende richtlijnen geven in verband met het ontwerp van je animatie: WEES Realistisch: Het is beter dat de animatie in dezelfde kleuren, proporties, vormen, en hoedanigheid wordt afgebeeld als hetgeen wordt uitgelegd, indien dit mogelijk is natuurlijk. Abstract: Het is echter ook zo dat abstracte animaties beter onthouden worden dan concrete animaties. Met andere woorden, veel details maken het moeilijker de animatie te onthouden. De mate van realisme van de animatie is natuurlijk afhankelijk van de doelen van de instructie. Animatie wordt het best gepresenteerd samen met tekst; auditief of visueel, met een voorkeur voor auditief. Daarnaast is het ook belangrijk dat de tekstuele informatie duidelijk verwijst naar de animatie. Er moet een spontane wisselwerking tussen tekst en animatie tot stand gebracht worden. Ze moeten dus één geheel vormen en naar elkaar verwijzen. |
||||||||||
| © 2012 AVNet K.U.Leuven |