![]() |
![]() |
||
|
Het inzetten van videomateriaal aan te raden is als: 1. Visualisatie van een moeilijk te beschrijven proces (Conceptualisatie)
Hoewel het bewezen is dat bewegend beeld de aandacht trekt van de kijker, wil dit nog niet zeggen dat het medium video de aandacht van de personen vasthoudt. Houd hier rekening mee en vermijd passief kijkgedrag. 5. Concretiseren Het geven van realistische voorbeelden en niet-voorbeelden kan helpen bij het begrijpen van abstracte leerinhouden. 6. Illustratie Het inzetten van videomateriaal is af te raden als: 1. Decoratieve functie De aandacht en perceptie van de mens is selectief. Niemand kan alles onthouden en verwerken wat gezien of gehoord wordt. Interessant maar irrelevant materiaal kan de aandacht afwenden van het bronmateriaal en kan contraproductief werken. Bij een overkill aan piepjes, trucjes en bewegende beelden bestaat het gevaar dat de student het leertraject uit het oog verliest. 2. Leerobject met als leerdoel abstractie Hoe tonen we de video? Tussen het videoscherm en het computerscherm zijn er nogal wat verschillen: - Terwijl we het videoscherm in groep bekijken tijdens een les zal het computerscherm in de meeste gevallen individueel gebruikt worden. - De kijkafstand tot het videoscherm is groter dan de kijkafstand tot het computerscherm. Toch is de kwaliteit van een video op het internet is veel minder dan bijvoorbeeld op een DVD of TV. Full-screen video is niet mogelijk en je mag ook geen haarscherpe resultaten verwachten. Doordat de bandbreedte vrij beperkt is, zou het uren duren om videofragmenten aan uitstekende kwaliteit te downloaden. Dus video op Toledo is niet geschikt voor zeer gedetailleerde beelden. Ook videoprogramma's van meer dan een uur zijn af te raden. Mogelijkheden Bij het videosignaal kan de extra informatie zoals begin- en eindgeneriek, ondertitels, schema's en grafieken over het bewegende beeld of in plaats van het bewegend beeld gezet. Op het computerscherm kan er een onderscheid gemaakt worden tussen de statische informatie van teksten of grafieken en de bewegende video-informatie. Het bewegende beeld kan hier geïntegreerd worden in een webpagina samen met gesynchroniseerde grafische voorstellingen, verklarende tekst, verwijzingen naar andere pagina's enz. Bij het bereiken van een volgend onderwerp in het videofragment zullen titel, grafiek en verklarende tekst gelijktijdig aangepast worden. In tegenstelling tot het videoscherm kan deze extra informatie op het computerscherm voortdurend aanwezig blijven en als ondersteuning dienen voor het videofragment. Op deze manier zijn we niet meer gebonden aan de beperkingen van het lineaire videosignaal. We kunnen het materiaal integreren met andere gesynchroniseerde informatie en het geheel niet lineair maar bv. in fragmenten opgedeeld en/of interactief ter beschikking stellen. Audiovisueel leermateriaal De belangrijkste meerwaarde van het gebruik van video in een digitale leeromgeving is namelijk de interactie en de integratie, de mogelijkheid tot student-georiënteerd leren. Beeld: De kwaliteit van video verspreid over het internet is minder van kwaliteit, dus kan je best: -De videogrootte beperken -Interactie: De student moet zelf actief kunnen omspringen met het leermateriaal: De video wordt best aangeboden met een navigatiebalk waarbij de studenten zelf kunnen stoppen, pauzeren, doorspoelen enz. -De mogelijkheid tot autoplay (de video start automatisch) wordt best niet ingeschakeld. -Videofragmenten van langer dan 5 minuten best opgedeeld worden in verschillende fragmenten waarnaar de studenten gemakkelijk kunnen navigeren. Informatie via meerdere kanalen kan leiden tot sneller leren:
-De video’s worden best niet weggestopt in verschillende mapjes maar geïntegreerd moeten worden met de literatuur. -De video's worden voorzien van, en geïntegreerd met, de nodige tekstuele uitleg. Meer hierover in het deel Toledo. |
||||||||||
| © 2012 AVNet K.U.Leuven |